Deze pagina bevat een aantal veelgestelde vragen door bibliotheken over de inhoud en de aanpak van de Bibliotheek op school. Zowel de vragen als de antwoorden worden doorlopend bijgewerkt gedurende de opbouw en uitrol van deze nieuwe gezamenlijke aanpak. Raadpleeg daarom regelmatig deze rubriek op de website.
Mist u een vraag of wilt u reageren op een antwoord? Mail uw bijdrage dan naar debibliotheekopschool@gmail.com. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee we deze informatie samenstellen en verspreiden, kunt u geen rechten ontlenen aan de inhoud van dit document.
INHOUD
- Wat is de Bibliotheek op school
- Waarom de Bibliotheek op school
- Wat bedoel je met 15 minuten lezen per dag is 1000 nieuwe woorden per jaar?
- Moet ik het volledige pakket afnemen of kan ik ook kiezen?
- Moet ik per se een schoolbibliotheek in school hebben, de openbare bibliotheek ligt namelijk 50 m naast de school.
- In de aanpak mis ik de principes van het Makkelijk Lezen Plein.
- Ik mis in het hele verhaal mediawijsheid.
- Wat gebeurt er met Schoolbieb en Leesplein?
- Ik heb een mooi project voor de Bibliotheek op school of vraag me af of de projecten die ik nu aanbied in de Bibliotheek op school voorkomen.
AANPAK / PROCES
- Moet ik nu stoppen met Kunst van Lezen, Biebsearch jr en/of Boek1boek?
- Ik werk nu met een aantal scholen met Biebsearch jr, Boek1Boek en/of Kunst van Lezen. Hoe zet ik deze samenwerking straks voort?
- Wanneer kan ik beginnen met de Bibliotheek op school?
- Hoe zorg ik ervoor dat mijn personeel goed is voorbereid?
- Hoe krijg ik de Bibliotheek op school, word ik bijvoorbeeld franchisenemer?
- Ik heb binnenkort een gesprek met mijn wethouder onderwijs / schooldirecteur / schoolbestuurder. Wat zeg ik als hij vraagt hoeveel de Bibliotheek op school gaat kosten?
- Welke ondersteuning kan ik vanuit de landelijke aanpak verwachten? En wat kost dat?
- Wat kan ik van mijn PSO verwachten?
- Hoe kan ik als bibliotheek er zelf voor zorgen dat mijn collega-bibliotheken ook voor deze ontwikkeling kiezen? Samen staan we immers sterker.
1. Wat is de Bibliotheek op school?
De Bibliotheek op school is een gezamenlijke strategische aanpak van bibliotheken voor het primair onderwijs, waarin op structurele wijze wordt gewerkt aan taalontwikkeling, leesbevordering en mediawijsheid. Dat gebeurt op strategisch, beleidsmatig en uitvoerend niveau door zowel bibliotheken, gemeente als onderwijs. (zie ook Toelichting op aanpak en pijlers)
Belangrijke voorwaarde is een strategisch gestructureerde aanpak met als kenmerken:
-
werken vanuit een lees- en mediaplan
-
met duidelijk doelen en controle op resultaten
-
geborgd in de school en de bibliotheek
-
werkend met professionals in onderwijs en bibliotheek (leescoördinator, leesconsulent, educatief specialist)
2. Waarom de Bibliotheek op school
De Bibliotheek op school bundelt de krachten van de bibliotheken voor het primair onderwijs op die gebieden waarin bibliotheken sterk zijn en waarin ze hun maatschappelijke meerwaarde laten zien. Dat laatste is door de ontwikkelingen meer dan noodzakelijk. Niet alleen de bezuinigingen, maar ook de impact van de digitale ontwikkelingen zijn groot voor onze branche.
In de Bibliotheek op school gaat het om lezen en mediawijsheid. Door daar vroeg op in te zetten is de kans op achterstand minder en is de kans om later goed te kunnen functioneren in de maatschappij groter. Taal is – samen met rekenen – een belangrijk aandachtspunt binnen het onderwijs. Door hierin structureel samen te werken lever je als bibliotheek een duidelijke bijdrage en meerwaarde aan de ontwikkeling van het kind. (zie ook Meer lezen, beter in taal)
Voor mediawijsheid geldt ook dat vroeg beginnen op het niveau van het kind belangrijk is om media goed te gebruiken en effectief in te zetten. Mediawijsheid in de Bibliotheek op school is gericht op het leren zoeken, vinden en beoordelen van informatie.
3. Wat bedoel je met 15 minuten lezen per dag is 1000 nieuwe woorden per jaar?
Uit onderzoek blijkt dat kinderen door 15 minuten per dag te lezen ze zoveel woorden lezen (1 miljoen per jaar) dat ze uiteindelijk 1000 nieuwe woorden per jaar erbij leren. Voor een deel doen kinderen deze kennis ook op via het traditionele woordenschatonderwijs, dat zij naast het technisch en begrijpend lezen krijgen. Maar uit onderzoek blijkt dat een kind door alleen te werken met woordenschatonderwijs slechts 400-800 nieuwe woorden per jaar leert.
Kinderen met een taalachterstand zitten al gauw op een achterstand van 1000-2000 woorden. Om dat in te halen is een combinatie met vrij lezen onontbeerlijk. Alleen door zelf te lezen leer je taal te verdiepen en consolideren en woorden in meerdere contexten te gebruiken. Maar ook voor kinderen zonder taalachterstand heeft vrij lezen een positief effect op de taalontwikkeling. (zie ook Meer lezen, beter in taal)
4. Moet ik het volledige pakket afnemen of kan ik ook kiezen?
De school kiest op basis van de plannen die jullie samen gemaakt hebben. Natuurlijk heb je daar een adviserende invloed op. We gaan af van het aanbodgerichte, de bouwstenen in de Bibliotheek op school worden vraaggericht aangeboden. Om de kwaliteit te waarborgen wordt wel beschreven wat je minimaal moet afnemen om het merk de Bibliotheek op school te mogen dragen. Die beschrijving is in ontwikkeling. (zie ook Checklist uitvoeringsvoorwaarden, in ontwikkeling)
5. Moet ik perse een schoolbibliotheek in school hebben, de openbare bibliotheek ligt namelijk 50 m naast de school.
Nee, het belangrijkste is dat kinderen in aanraking komen met goede, actuele boeken voor alle leeftijden en leesniveaus. Een bibliotheek in de school is zeker voor jonge kinderen belangrijk, maar als de bibliotheek zo dicht naast de school ligt kun je ook daar gebruik van maken.
In de Bibliotheek op school komen de verschillende vormen van collectie naast elkaar te staan. School en bibliotheek bepalen op basis van de lokale situatie welke vorm of combinaties het beste zijn. Ook de themacollecties als dienstverlening komen terug in de aanpak van de Bibliotheek op school. (zie ook Toelichting op aanpak en pijlers)
6. In de aanpak mis ik de principes van het Makkelijk Lezen Plein.
Dat is niet de bedoeling, want er is bewust rekening gehouden met de uitgangspunten van het MLP. Kunst van Lezen - De bibliotheek op de basisschool is destijds gestart bij taalpilots voor kinderen met leesachterstanden. In die opzet wordt nadrukkelijk rekening gehouden met kinderen met leesmoeilijkheden. Ook in de collectievorming en presentatie worden de principes van het MLP toegepast. De Bibliotheek op school is geen MLP, het MLP is onderdeel van de Bibliotheek op school.
De lokale situatie bepaalt in welke mate het noodzakelijk is om aan moeilijk lezende of juist goed lezende kinderen extra aandacht te besteden, want ook dáár houden we rekening mee.
7. Ik mis in het hele verhaal mediawijsheid.
Dat is niet het geval. Het is nu al zo dat in de verschillende pijlers elementen van mediawijsheid zitten. De pijler mediawijsheid wordt momenteel ontwikkeld en maakt gebruik van bestaande producten en al ontwikkelde formats. Ook hiervoor geldt dat we niets nieuws gaan doen. We borduren voort op datgene wat er al is en integreren de aanpak voor mediawijsheid in de aanpak rond collectie en lezen. Samen met de school bepaal je waar behoefte aan is en maak je een lees- en mediaplan.
8. Wat gebeurt er met Schoolbieb en Leesplein?
De goed werkende elementen uit Schoolbieb.nl (waaronder de werkstukkenmaker) en onderdelen van Leesplein worden onderdeel van de digitale portal van de Bibliotheek op school.
9. Ik heb een mooi project voor de Bibliotheek op school of vraag me af of de projecten die ik nu aanbied in de Bibliotheek op school voorkomen.
We hebben gekozen om de drie programma’s die in de afgelopen jaren bewezen hebben goed te functioneren in het onderwijs en voldoen aan de behoefte als eerste door te ontwikkelen tot de Bibliotheek op school. Na de zomer van 2012 kijken we of we dit pakket kunnen uitbreiden op basis van nog vast te stellen criteria.
Daarnaast blijft er binnen de Bibliotheek op school altijd ruimte voor lokale projecten. Onze basis ligt echter bij de doorgaande lijn van groep 1-8 en een structurele aanpak van het vrij lezen en mediawijsheid. Om de kwaliteit van die basis te waarborgen adviseren we om daarnaast zo min mogelijk andere ‘losse dingen’ te doen.
AANPAK/PROCES
1. Moet ik nu stoppen met Kunst van Lezen, Biebsearch jr en/of Boek1boek?
Kunst van Lezen als programma stopt niet, maar het onderdeel De bibliotheek op de basisschool wordt geïntegreerd in de Bibliotheek op school. Dat geldt ook voor de programma’s Biebsearch jr en Boek1boek. De huidige namen komen te vervallen, maar de functionaliteit komt terug als geïntegreerd onderdeel van de Bibliotheek op school.
2. Ik werk nu met een aantal scholen met Biebsearch jr, Boek1Boek en/of Kunst van Lezen. Hoe zet ik deze samenwerking straks voort?
In principe gaan al deze scholen vanaf schooljaar 2012/2013 mee naar de Bibliotheek op school. In de eerste helft van 2012 verschijnt een (deel van de) toolkit vol handleidingen om deze overstap te maken. Je haalt datgene eruit wat je nu nog mist in je samenwerking en gaat op onderdelen je interne organisatie en dus ook je dienstverlening en samenwerking verrijken.
3. Wanneer kan ik beginnen met de Bibliotheek op school?
Op verschillende niveaus buiten en binnen uw organisatie kunt u nu al een aantal belangrijke voorbereidingen treffen. Belangrijkste aandachtsgebieden zijn daarbij uw het vormen van uw eigen visie en netwerk, het onderzoeken van provinciale samenwerking, het analyseren van uw interne organisatie en het informeren over alle ontwikkelingen. (zie ook Actielijst en planning)
4. Hoe zorg ik ervoor dat mijn personeel goed is voorbereid?
Een belangrijk onderdeel van het implementatietraject is scholing. Dat kan gaan om nascholing, maar ook om een volledig scholingstraject. Daarbij sluiten we aan op de landelijke programmalijn Opleidingen en werken we alleen met geaccrediteerde opleidingen. Daarmee heeft uw medewerker ook buiten de branche nut van zijn of haar gevolgde opleiding. U kunt uw personeel deze scholing aanbieden en ruimte geven om de kennis adequaat in te zetten voor uw eigen organisatie.
Behalve de scholing is het ook belangrijk dat u naar uw personeelbestand kijkt en alvast inventariseert wie wel en wie niet voor de beoogde functies in aanmerking komen. Zorg voor nascholing als dat nodig is en als de beoogde functionaris daar ook toe in staat is. Zet er geen functionaris op plekken waarvan u nu al denkt dat gaat hij niet redden.
5. Hoe krijg ik de Bibliotheek op school, word ik bijvoorbeeld franchisenemer?
Die vraag kunnen we nu nog niet beantwoorden. Werken met een franchiseformule is één van mogelijkheden om de Bibliotheek op school binnen de branche te organiseren en te exploiteren. In het verzorgingsgebied van Rotterdam en Midden & West-Brabant starten we een deelproject waarin de exploitatie en organisatie van de logistiek onderwerp is. Mede op basis van die resultaten, onderzoek en ervaring komen we met een voorstel en advies.
6. Ik heb binnenkort een gesprek met mijn wethouder onderwijs / schooldirecteur / schoolbestuurder. Wat zeg ik als hij vraagt hoeveel de Bibliotheek op school gaat kosten?
Die vraag kunnen we nu nog niet beantwoorden. We streven naar een zo laag mogelijk prijs met een zo hoog mogelijke kwaliteit. De uiteindelijke prijs hangt af van veel verschillende factoren. We verwachten daarover begin 2012 meer informatie te verstrekken.
Ter voorbereiding kunt u al kijken naar uw begroting. Mogelijk dat herschikking van gelden, afstoten van bepaalde dienstverlening voor de beoogde doelgroep of hanteren van een andere systematiek financiële ruimte biedt voor de Bibliotheek op school. Dit kunt u ook in overleg met uw partners doen. (zie ook Actielijst en planning)
7. Welke ondersteuning kan ik vanuit de landelijke aanpak verwachten? En wat kost dat?
De landelijke ondersteuning bestaat uit het aanbieden van de elementen van de aanpak die nodig zijn op strategisch en operationeel niveau in de vorm van een toolkit met praktische handboeken en standaard presentaties ed. Er wordt zorggedragen voor doorontwikkeling, voor een goede marketingstrategie, voor een congruent scholingsaanbod en voor een monitor die ingezet wordt om resultaten te meten.
Daarnaast wordt op landelijk niveau gelobbyd om ook landelijke partijen op de relevante terreinen te overtuigen van het belang van deze aanpak. Denk aan partijen als de PO-Raad, het ministerie van Onderwijs, Kennisnet, etc.
8. Wat kan ik van mijn PSO verwachten?
We zijn met de PSO’s in gesprek om te kijken welke ondersteuning mogelijk is. Zij willen en kunnen daar zeker een rol in spelen. Concrete invulling is deels afhankelijk van de wijze waarop de relatie tussen bibliotheken en PSO’s provinciaal is geregeld. Natuurlijk zijn we ook in overleg met de stichting van de gezamenlijke PSO’s (SSPN) om tot gezamenlijke en landelijk dekkende afspraken te komen.
9. Hoe kan ik als bibliotheek er zelf voor zorgen dat mijn collega-bibliotheken ook voor deze ontwikkeling kiezen? Samen staan we immers sterker.
Bespreek dit onderwerp, voor zover dat niet al gebeurt, in je provinciale directieoverleg of met je provinciale onderwijsspecialisten. Zet daarbij eerst in op het komen tot een gezamenlijke strategische keuze om in te zetten op het versterken van de relaties tussen onderwijs, overheid en bibliotheek. De operationele uitwerking en de exploitatie komen daarna. Laat elkaar de goede voorbeelden zien en stel je kennis en kunde ter beschikking aan je collega’s.

