Dit blijkt uit een brief die ze schreef aan de voorzitter van de Tweede Kamer d.d. 5 juli 2010.
In een brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer d.d. 5 juli 2010 beschrijft demissionair staatssecretaris Marja van Bijsterveldt de voortgang van het programma leesbevordering Kunst van Lezen 2008-2011. Zij constateert - halverwege de looptijd van Kunst van Lezen - dat er de afgelopen twee jaar veel in gang is gezet. Uit wat in drie van de vier deelprogramma’s op kleine schaal is begonnen, zijn landelijk overdraagbare modellen ontwikkeld die nu de basis vormen voor succesvolle uitbreiding van activiteiten door het hele land.
Rode draad in het programma is de structurele ondersteuning en promotie van het lezen door openbare bibliotheken, in samenwerking met consultatiebureaus, gemeenten en scholen. Kinderen en jongeren worden op attractieve wijze in de gelegenheid gesteld kennis te nemen en te genieten van lezen en literatuur. En dat wordt breed gewaardeerd, zo blijkt uit de tussentijdse rapportage van de door Bureau Sardes uitgevoerde monitor.
Het programma zorgt ervoor dat openbare bibliotheken hun activiteiten inhoudelijk kunnen vernieuwen en versterkt de basisvaardigheden van kinderen en jongeren, met name de talige. En tot slot draagt Kunst van Lezen bij aan het behoud en de ontwikkeling van de leescultuur in ons land.
Volgens de staatssecretaris hebben het lezen en de aandacht voor het plezier in lezen dankzij Kunst van Lezen een belangrijke impuls gekregen. Maar lezen als culturele activiteit is en blijft niet vanzelfsprekend. Lezen moet je leren en literaire smaakontwikkeling vraagt om veel en vaak lezen. De staatssecretaris hoopt met Kunst van Lezen een groeiend aantal lezers daartoe blijvend te verleiden.
Brief staatssecretaris aan de Tweede kamer, 5 juli 2010
Rapport Sardes, monitor Kunst van Lezen

