Eerste resultaten onderzoek naar gemeentelijke bezuinigingen

De resultaten van het eerste deel van het onderzoek naar gemeentelijke bezuinigingen, de webenquête van begin juni, zijn nu bekend.

Gemeentelijke subsidies vormen de belangrijkste financieringsbron van de openbare bibliotheken. De noodzaak van gemeenten om te bezuinigen laat de bibliotheken niet ongemoeid en kan verstrekkende gevolgen gaan hebben. Waar en hoeveel gaat er bezuinigd worden in 2010 en de komende jaren?

Om snel een antwoord op deze vraag te krijgen heeft het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken een extern onderzoeksbureau, Kasperkovitz Beleidsonderzoek en Advies, opdracht gegeven hiernaar onderzoek te doen. Het onderzoek is in samenwerking met de Vereniging van Openbare Bibliotheken opgezet.

Het onderzoek bestaat uit twee delen: een webenquête en een telefonisch gesprek. De resultaten van het eerste deel, de webenquête van begin juni, zijn nu bekend. Aan dit deel van het onderzoek hebben 120 basisbibliotheken (74%) deelgenomen die werkzaam zijn in 322 subsidiërende gemeenten (75%). In de eerste week van september zullen ook de uitkomsten van het tweede deel bekend worden, waarin gesprekken met een aantal bibliotheekdirecteuren over de invulling van de bezuinigingen centraal staan.

Ruim 93 procent
Ruim 93 procent van de bibliotheken krijgt over de periode 2010-2013 met gemeentelijke bezuinigingen te maken. Voor 10% van de bibliotheken zijn al bezuinigingen vastgesteld, voor 63% zijn ze vooralsnog alleen voorgenomen en bij 20% zijn er bovenop reeds vastgestelde bezuinigingen nog verdere aangekondigd.

• In 2010 heeft 19% van de bibliotheken te maken met reeds vastgestelde bezuinigingen. Het grootste deel van deze bibliotheken krijgt te maken met kortingen tussen 1 en 8%, gemiddeld 3,2%. Daarnaast zijn er drie bibliotheken die een korting van 10 tot 18% opgelegd hebben gekregen.

• In 2011 krijgt 21% van de bibliotheken te maken met vastgestelde bezuinigingen. Deze lopen voor de grootste groep uiteen van 2 tot 8% (gemiddeld 3,6%) met twee uitschieters van 13 en 20%. Voor nog eens 51% van de bibliotheken zijn bezuinigingen aangekondigd, waarvan de precieze hoogte in sommige gevallen niet bekend is. Hier gaat het voor de grootste groep om een korting van gemiddeld 2,9%. Vier bibliotheken hebben een korting van 10% aangekondigd gekregen en één bibliotheek van 35%.

• In 2012 heeft 18% van de bibliotheken te maken met vastgestelde bezuinigingen. Gemiddeld bedragen deze voor de grootste groep 3,5% met vier uitschieters tussen de 10 en 20 procent. Nog eens 56% van de bibliotheken heeft kortingen aangekondigd gekregen. Waar de hoogte van de korting al bekend is, bedraagt deze voor de grootste groep gemiddeld 3,7%. Een stijgend aantal bibliotheken krijgt te maken met bezuinigingen van gemiddeld ruim 12% met een uitschieter tot 25%.

Provinciaal
Bibliotheken hebben indirect, via provinciale serviceorganisaties, ook te maken met provinciale subsidies. Ook van dat niveau komen er bezuinigingen: indirect via dienstverlening die duurder wordt of door het vervallen van provinciale subsidie. De effecten die deze gaan hebben, zijn niet goed naar het niveau van individuele basisbibliotheken te vertalen, maar duidelijk is wel dat de budgetten van basisbibliotheken er extra door onder druk komen te staan.

Achtergrond
Dit onderzoek is een vervolg op het onderzoek van de Vereniging van Openbare Bibliotheken van eind 2009, dat aldaar te vinden is.

Contactpersoon: Frank Huysmans, Sectorinstituut Openbare Bibliotheken, huysmans@siob.nl
3 augustus 2010

Hoort bij:

Einde van het artikel

Terug naar het archief »