Gemeenten zijn de voornaamste subsidiegever van de openbare bibliotheken. Bijna 80% van de inkomsten van de openbare bibliotheken is van hen afkomstig. Hebben bibliotheken en hun klanten last van de geldzorgen van hun gemeenten en zo ja in welke mate? En wat is hun antwoord hierop? Deze vragen heeft het SIOB in 2010, 2011 en 2012 aan de bibliotheken voorgelegd. De drie onderzoeken sluiten op elkaar aan. Daardoor is het mogelijk trends te onderscheiden.

In de verslagperiode steeg elk jaar het aantal bibliotheken dat moet bezuinigen. In 2010 had bijna een derde van de bibliotheken al te maken met door de gemeente(n) vastgestelde bezuinigingen. In de twee jaren daarna nam dat aantal verder toe. Anno 2012 had 20% van de bibliotheken (nog) geen vastgestelde bezuinigingen voor de komende jaren. In 2010 en 2011 waren de hoogste feitelijk doorgevoerde bezuinigingen respectievelijk 6,6% en 7%.
Effecten op de dienstverlening
Anno 2012 kiest ongeveer de helft van de bibliotheken voor een kwalitatief hoogwaardige centrale bibliotheek. In de komende jaren gaat men hiervoor vestigingen afstoten. Dit past bij de ontwikkeling van de geïntegreerde bibliotheek. Deze maakt het de klant mogelijk gebruik te maken van zowel de fysieke, als de digitale diensten van de bibliotheek. Samen zullen zij één collectie vormen.
Andere bibliotheken kiezen voor het omgekeerde model: deze bibliotheken willen juist een zo groot mogelijke spreiding behouden. Dit betreft vaak bibliotheken in landelijke streken, waar de bibliotheek mede een rol kan spelen om de leefbaarheid op peil te houden. Overigens kunnen ook deze klanten gebruik maken van de hierboven genoemde geïntegreerde bibliotheek.

In de periode 2010-2012 heeft 8% van de bibliotheken een of meer vestigingen gesloten. Dit aantal ligt veel lager dan de verwachting was in 2010: bijna 20% van de bibliotheken verwachtte toen vestigingen te moeten sluiten. Gezien het feit dat aan het sluiten van een vestiging een vaak langdurig besluitvormingsproces vooraf gaat, is het nog ongewis hoe dit aspect in de komende tijd zal uitpakken. Het zwaartepunt van de bezuinigingen ten aanzien van het aantal vestigingen wordt pas vanaf 2012 verwacht. Waar vestigingen verdwijnen, proberen bibliotheken toch vaak een alternatief te voorzien voor in ieder geval de uitleen: ruim een derde van de bibliotheken verwacht in de komende jaren vestigingen te vervangen door zelfbedieningsbibliotheken of heeft dit al gedaan.
Investeringen in gebouwen werden verminderd bij 6% van de bibliotheken.
Circa een vierde van de bibliotheken heeft het aantal openingsuren teruggebracht. Dit is voor een deel te verklaren uit het sluiten van vestigingen.
Een groot aantal bibliotheken bezuinigde op het personeel, vooral op het personeel in de frontoffice. De verkleining van de collectie, die al een aantal jaren aan de gang was, werd voortgezet. Bij een derde van de bibliotheken werden de tarieven verhoogd. Activiteiten werden in 14% van de bibliotheken verminderd.
De helft van de bibliotheken concentreert zich op de taken lezen en leesbevordering. Andere taken worden alleen uitgevoerd als er externe financiering voor beschikbaar is. 43% van de bibliotheken kiest er juist bewust voor om taken zoals ontmoeting en cultuur niet af te stoten.
Het rapport is hier te downloaden. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met
Luc Röst (rost@siob.nl).

