Bevolkingssamenstelling naar leeftijd

Voor bibliotheken is het aantal leden een belangrijke factor. Het aantal leden wordt mede beïnvloed door de toe- of afname van het aantal inwoners van Nederland.

De bevolking van Nederland is sinds het begin van de metingen in 1900 voortdurend gegroeid. In de periode 1-1-2000 tot 1-1-2010 nam het aantal inwoners met 4,5% toe. Op 1 januari 2010 bedroeg het aantal inwoners van Nederland 16,6 miljoen. De bevolking van Nederland blijft de komende twee decennia volgens de prognose van het CBS stijgen, zij het met lagere percentages: respectievelijk 2,6% (2010-2020) en 2,2% (2020-2030).

bevolking verdeling  naar leeftijd in 2010 en 2030

Leeftijdsgroepen
De bevolking van Nederland is ongelijk verdeeld over de verschillende leeftijdsgroepen. In de afbeelding Verdeling aantal inwoners is te zien dat in 2010 de middenleeftijd sterk vertegenwoordigd is: de 40-tot 45-jarigen vormen de grootste groep. De iets lagere piek rechts daarvan betreft de 63-jarigen. Dezen vormen de top van de babyboomgeneratie van vlak na de Tweede Wereldoorlog. De gestaag dalende lijn rechts daarvan geeft aan dat in de groep van 65 jaar en ouder het aantal inwoners met elk leeftijdsjaar kleiner is.

De prognose van het CBS voor 2030 is in de grafiek met een lichtere kleur weergegeven. In de tussenliggende periode van twintig jaar kunnen veranderingen optreden die gevolgen kunnen hebben voor het aantal inwoners van Nederland. Deze prognose is derhalve zeeer onzeker. Volgens de huidige prognose is in 2030 het aantal voormalige babyboomers (de personen die vlak na de oorlog geboren zijn) per leeftijdsjaar gedaald zijn tot minder dan 250.000 inwoners. Tegelijkertijd zal het aantal 25- tot 40-jarigen ten opzichte van 2010 aanzienlijk gestegen zijn.

Vergrijzing
Met de term vergrijzing wordt bedoeld dat het aantal ouderen in de bevolking stijgt. De vergrijzing wordt bepaald door het aantal AOW-gerechtigden af te zetten tegen de omvang van de totale bevolking. Op 1-1-2010 telde Nederland circa 2,54 miljoen 65-plussers. Dit aantal zal stijgen tot 3,36 miljoen in 2020 en tot 4,10 miljoen in 2030 (prognoses: CBS).

Het aantal AOW-gerechtigden zal lager uitkomen bij uitvoering van het akkoord dat werkgevers en vakbonden sloten over verhoging van de AOW-leeftijd (juni 2010). Dit akkoord behelst een verhoging van de AOW-leeftijd in 2020 naar 66 jaar, in 2025 naar 67 jaar en wellicht in 2030 naar 68 jaar. Bij uitvoering van het akkoord komt het aantal AOW-gerechtigden vanaf 2020 lager uit: 3,2 miljoen in 2020 en 3,4 miljoen in 2030. Omgekeerd zal dan het aandeel van de bevolking ónder de AOW-leeftijd toenemen met respectievelijk 0,16 miljoen in 2020 en 0,70 miljoen in 2030.

Bevolking prognose leeeftijdsgroepen

De betrouwbaarheid van de in deze grafiek genoemde prognoses is voor 2030 minder hoog dan die voor 2020. In de grafiek is geen rekening gehouden met de voorgenomen verhoging van de AOW-leeftijd in 2020 en 2030.

Ontgroening 
Met ontgroening wordt bedoeld dat in de bevolking het aandeel van jongeren afneemt. In de grafiek Prognose verdeling leeftijdsgroepen is te zien dat het aandeel van jongeren (0 t/m19 jaar) tussen 2020 en 2030 met 3% zal dalen. Overigens heeft Nederland, vergeleken met andere landen, een relatief jonge bevolking. Dit is met name te danken aan de immigratie van de laatste decennia. Moeders uit de tweede generatie immigranten krijgen verhoudingsgewijs meer kinderen dan andere moeders.

Effecten van immigratie en emigratie op de bevolkingsomvang
De omvang van de bevolking wordt enerzijds bepaald door het verschil tussen immigratie en emigratie en anderzijds door het verschil tussen de aantallen geboorten en sterfte. Tussen 1950 en 2010 was het migratiesaldo vrijwel altijd lager dan het geboorteoverschot (geboorte minus sterfte). Alleen in het jaar van de Surinaamse onafhankelijkheid (1975), toen veel Surinamers naar Nederland kwamen, was het migratiesaldo hoger dan het geboorteoverschot.

 Invloed geboorte/sterfte en immigratie/emigratie op omvang bevolking

In de periode 2001-2010 nam de bevolking van Nederland steeds toe. De bevolking groeide in de jaren 2001 tot 2010 overigens niet gelijkmatig. Dit werd vooral veroorzaakt door wisselingen in het migratiesaldo (immigratie – emigratie). In de periode 2003 tot en met 2008 was het migratiesaldo zelfs steeds negatief.