Personeel: omvang

Het aantal personeelsleden van bibliotheken fluctueert in de loop van de tijd. Hiervoor zijn verschillende factoren aan te wijzen.
De grafiek hieronder toont het aantal werkenden in de bibliotheek. In de grafiek ontbreken gegevens over de jaren 2004 en 2005, aangezien het CBS hierover geen gegevens bezit.

personeel full-time part-time

De grafiek maakt duidelijk dat in bibliotheken een zeer groot aantal parttimers werkt. In de periode 2006 t/m 2011 werkte de bibliotheekmedewerker gemiddeld 0,58% voltijdequivalenten (= 0,58% van de tijd die in de bibliotheeksector tot een voltijdbaan wordt gerekend).

Nadere toelichting op de grafiek
Tot en met 2003 registreerde het CBS het personeel van de openbare bibliotheken inclusief het personeel van de PBC’s (Provinciale bibliotheekcentrales). In die tijd maakte een deel van de openbare bibliotheken (de ‘aangesloten bibliotheken’) gebruik van personeel dat in dienst was bij een PBC. Deze PBC’s voerden aldus het werkgeverschap van deze bibliotheken. In het kader van het proces van de Bibliotheekvernieuwing (zie aantal bibliotheekorganisaties) veranderde de rol van de PBC’s, onder andere op het gebied van uitlening van personeel. Het personeel dat door de PBC’s werd uitgeleend aan de ‘aangesloten’ bibliotheken kon door die bibliotheken in dienst worden genomen. Als gevolg van deze organisatieverandering (van PBC naar PSO [Provinciale ServiceOrganisatie]) rekent het CBS met ingang van 2006 het personeel dat werkzaam is bij de PSO’s niet meer tot het aantal werknemers van openbare bibliotheken. Hierdoor ligt het in de rapportages genoemde aantal werknemers van openbare bibliotheken vanaf 2006 een stuk lager dan in de periode 1999 t/m 2003. De daling in het aantal personeelsleden die in de periode 2010-12011 is opgetreden, is mogelijk veroorzaakt door gemeentelijke bezuinigingen.