Kunst van Lezen is een leesbevorderingsprogramma dat door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is opgezet om kinderen al op jonge leeftijd in contact te brengen met lezen en literatuur.
De uitvoering van Kunst van Lezen ligt in handen van Stichting Lezen en het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB). Kunst van Lezen bestaat uit vier onderdelen. Deze zijn gericht op versterking van de doorlopende leeslijn voor kinderen van 0-18 jaar. Zij sluiten zoveel mogelijk aan bij instellingen voor opvoeding en onderwijs.
1. Met het programmaonderdeel BoekStart wil men kinderen van 0-4 jaar en hun ouders met boeken en lezen in aanraking brengen door ze actief te binden aan de lokale bibliotheek. Uit gegevens over het Britse Bookstart, dat al in 1992 werd gestart, is gebleken dat kinderen die als baby al worden voorgelezen niet alleen met een voorsprong het aanvankelijke lees- en taalonderwijs starten, maar dat ze deze voorsprong ook gedurende hun hele schoolloopbaan weten te behouden. Nieuw onderzoek wijst uit dat bij baby’s van 0-2 jaar de taalontwikkeling extra wordt gestimuleerd als de voorlezer bij het lezen ook gebaren maakt.
In Nederland is BoekStart in januari 2009 begonnen in een viertal gemeenten. Eind 2011 deden al 136 bibliotheekorganisaties mee (83%).
Boekstart wordt door de ouders positief ontvangen: in 2010 haalde 40% van de ouders met een baby van 3 maanden binnen 1 jaar het koffertje op, en maakte daarmee de baby automatisch lid van de bibliotheek.
In datzelfde jaar zijn de eerste pilots van BoekStart in de kinderopvang van start gegaan.
BoekStart is volgens de organisatie van Kunst van Lezen geslaagd als:
- ouders van baby's BoekStart zichtbaar positief ontvangen;
- BoekStartouders blijvend actief gebruikmaken van de bibliotheek voor hun baby’s;
- bibliotheken, consultatiebureaus, gemeenten, kinderopvang en andere partijen binnen de lokale gemeenschap BoekStart actief ondersteunen.
2. Het tweede programmaonderdeel de Bibliotheek op de Basisschool vindt plaats in een nauwe samenwerking tussen bibliotheken en basisscholen. Dit alles heeft geresulteerd in een succesvolle aanpak bij 5 PSO’s, 47 basisbibliotheken en 170 scholen. Het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken en Stichting Lezen willen deze tendens stimuleren door het laten opstellen van een landelijk overdraagbaar model voor het realiseren van een schoolbibliotheek op basisscholen, onder de noemer de Bibliotheek op school.
Achtergrondinformatie Onderzoek wijst uit dat kinderen van 13 jaar en jonger al regelmatig worden voorgelezen. Zestig procent van de ouders leest dagelijks voor en nog eens twintig procent doet dat een paar keer per week. De moeder leest het vaakst voor bij 65% van de gezinnen, en de vader het vaakst bij 8%. In 17% van de gezinnen lezen beide ouders even vaak voor.
De gemiddelde leesduur ligt tussen 5 en 10 minuten bij 40% van de ouders. Bij nog eens 40% van de ouders is de leesduur tussen 10 en 15 minuten. 11% leest tussen 15 en 20 minuten voor.
3. Het derde programmaonderdeel is gericht op ondersteuning door bibliotheken van scholen bij projecten rondom de canon van Nederland. Bibliotheken hebben hiertoe de brochure Geschiedenis in een boekenkast ontwikkeld, waar 50 van de door Kunst van Lezen verzamelde 350 jeugdboeken uitgelicht zijn om verhalen te tonen die de feiten van de 50 canonvensters illustreren. Op de website entoen.nu zijn de titels per venster raadpleegbaar; de annotaties worden geopend via Leesplein.
4. Het vierde, en laatste, programmaonderdeel betreft Leesbevorderingsnetwerken. In het voorjaar van 2011 zijn twee publicaties uitgekomen: Het plezier in lezen staat voorop en Werken aan netwerken over strategische netwerkvorming. Verder is er een advies uitgebracht voor directies, waarin aangeven wordt welke stappen gezet moeten worden om deel te nemen aan het gremium de Lokale Educatieve Agenda. Ook is er een verslag van de proeven met het opzetten van leesbevorderingsnetwerken in de zuidelijke provincies en in Flevoland. Meer informatie over leesbevorderingsnetwerken staat hier.
Zie ook: Waardering bibliotheek met daarin o.a. Leesattitude en bibliotheekbezoek.
