Lidmaatschap van bibliotheken

De openbare bibliotheek staat open voor iedereen. Het bezoeken van een bibliotheek, het aldaar inzien van boeken, tijdschriften en dergelijke zijn kosteloos.

Wie in een openbare bibliotheek boeken en/of andere materialen wil lenen, dient lid te zijn van de openbare bibliotheek. Voor het lenen van boeken en andere materialen gelden echter speciale voorwaarden, die per bibliotheekorganisatie kunnen verschillen. Dit hangt samen met de lokale financiering van de bibliotheek. De subsidiërende gemeente(n) kan/kunnen voorwaarden stellen aan de bibliotheek met betrekking tot de contributie die verschillende doelgroepen moeten betalen. Zie ook: Tarieven.

totaal aantal leden, jeugd + volwassenen

Elke bibliotheek kan zelfstandig de hoogte van de contributie en andere voorwaarden bepalen. Er wordt evenwel een uitzondering gemaakt voor de hoogte van de jeugdcontributie. Deze mag niet hoger zijn dan de helft van de contributie die de bibliotheek aan leden van 18 jaar en ouder vraagt. Dit is vastgelegd in de Wet op het specifiek cultuurbeleid (1994). Artikel 11a zegt hierover: 'Voor het uitlenen van gedrukte werken in openbare bibliotheken aan personen beneden de leeftijd van achttien jaren wordt slechts een contributie of andere geldelijke bijdrage geheven, indien het college van gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders dat de openbare bibliotheek bekostigt of in stand houdt daartoe heeft besloten. De contributie of andere geldelijke bijdrage bedraagt ten hoogste de helft van de contributie of andere geldelijke bijdrage die wordt geheven van personen die achttien jaren of ouder zijn.'

In de periode 1999-2010 is het totaal aantal leden gedurende een aantal jaren gedaald. In 2008 bereikte het leden met 3,97 miljoen het laagste punt van de hele periode. In 2009 nam het aantal leden weer toe tot 4,03 miljoen, om in 2010 weer het niveau te bereiken van 2008: 3,97 miljoen.

Terwijl in de periode 1999-2010 het aantal volwassen leden daalde, steeg het aantal jeugdleden. Mogelijke oorzaken voor de afname van het aantal volwassen leden worden gezocht in maatschappelijke ontwikkelingen, zoals veranderingen in de tijdsbesteding en in een grotere aarbeidsparticipatie van full time werkenden en parttimewerkenden.
Zie verder ledentallen jeugd en ledentallen volwassenen.

Hoe kan een bibliotheek meer leden aantrekken?
In Bibliotheekblad 14, 2009, p. 30 e.v. stond een artikel van Anne Hottenhuis over bibliotheken die er in 2008 in geslaagd waren het aantal leden te laten stijgen. Van belang bleken te zijn (in willekeurige volgorde):

  • goede marketing;
  • samenwerking met andere culturele organisaties (bijv. door elkaars adresgegevens te gebruiken bij mailings);
  • verbeterde zichtbaarheid (bijv. aanpassing gebouw);
  • gepersonaliseerde dienstverlening;
  • aantrekkelijke presentatie van boeken (bijv. winkelconcept);
  • invoering van een (gratis) partnerpas;
  • kwalitatief goed aanbod;
  • continu onderzoek naar het effect van acties;
  • koppelen van bibliotheekdata (o.a. adresgegevens) met die van andere culturele instellingen;
  • acties om opzeggers te bewegen weer lid te worden.

Uit een telefonische enquête door de Vereniging van Openbare Bibliotheken, bij een aantal bibliotheken die ledenwinst gemeld hadden, kwamen nog enkele andere acties naar voren die in bibliotheken tot een stijging van het aantal leden hebben geleid:

  • verbetering van de voorwaarden voor leden, zoals gratis internet of langer internetten voor hetzelfde geld, en verlenging van de uitleentermijn;
  • invoering nieuwsbrief;
  • gratis lidmaatschap voor scholieren;
  • extra aandacht voor 65-plussers;
  • gericht focussen op een doelgroep, zoals bij gaming voor jongeren, een andere presentatie van boeken;
  • ouders aanspreken als zij voor de eerste keer met hun kinderen op uitnodiging van de bibliotheek op bezoek komen. Ouders zijn dan eerder geneigd ook zelf lid van de bibliotheek te worden.

Het is van groot belang dat acties zoals deze deel uitmaken van een breed pakket van maatregelen en dat zij ondersteund worden door een goede communicatie.

Ledenverloop in historisch perspectief
Het aantal leden van openbare bibliotheken wordt bijgehouden sinds 1950, met een korte onderbreking in de jaren 1996 t/m 1998. De grafiek laat zien dat de ledenaantallen in de periode 1950 t/m1994 een langzame start zien, vervolgens een versnelling en daarna weer afremming. In diezelfde tijd steeg ook het aantal inwoners van Nederland, evenals het aantal vestigingen (zie ook Korte geschiedenis openbare bibliotheek: Intermezzo. De invoering van de Wet op het openbare bibliotheekwerk (1975) had een extra instroom van jeugdleden tot gevolg, doordat jongeren tot 18 jaar contributievrijdom kregen (Schneiders 1997).
Over de gehele periode gezien was de stijging van het aantal leden veel groter dan de toename van het aantal inwoners. Dientengevolge nam het lidmaatschapspercentage toe van 2,4% in 1950 tot 29,9% in 1994. Hierna trad een gestage daling in. Tussen 2006 en 2010 lijkt het aantal leden zich te stabiliseren. In 2010 was nog 24,0% lid van de bibliotheek.

 leden 1950 tot heden